Home: ZELFVERTROUWEN.NL
1. Welkom
2. Wat is zelfvertrouwen?
3. Algemene informatie
current item 4. Kinderen
Periodes en taken
Ontwikkeling
De rol van de omgeving
-Verbetering zelfvertrouwen
Basisbehoeften
Rechten van het Kind
5. Jongeren
6. Volwassenen
7. Adressen en Contact
8. Meer informatie
9. Doordenkers
10. Prikbord
11. Je eigen ervaringen
12. Zelfvertrouwen is ...
Leeskring Inspiratie
Colofon
Disclaimer
Ondersteuning
Verbetering zelfvertrouwen 
 

Geef het kind een goede basis en 'vleugels' ...

Suggesties voor verbetering van het zelfvertrouwen van kinderen (onder andere: Jeske, 1987, Roelofs, 2003)

1) Heb vertrouwen in jezelf als ouder, handel meer op basis van intuïtie dan uit een gevoel van onzekerheid. Je eigen zelfvertrouwen vormt de basis voor het kind om een eigen zelfvertrouwen te ontwikkelen.

2) Geef het kind het gevoel dat hij geaccepteerd en gewenst is (a.u.b. geen verhalen als “Jouw geboorte was niet gepland of niet gewenst!’). Veiligheid en intimiteit zijn erg belangrijke voorwaarden voor het kunnen ontwikkelen van zelfvertrouwen bij het (jonge) kind.

3) Stimuleer de idealen en wensen van het kind en maak deze zo specifiek en concreet mogelijk - tevens de wijze waarop het kind deze doelen met kleine stapjes kan bereiken; ga er niet zondermeer van uit dat deze idealen toch niet voor het kind weggelegd zijn.

4) Vergelijk het kind niet met andere kinderen en vertel hem niet dat hij de slechte eigenschappen van je partner of van jou heeft, maar wijs hem op zijn sterke kanten en zijn uniekheid; het kind heeft recht op zijn eigen ontwikkeling en kan daarom geen kopie worden of zondermeer datgene waarmaken, waarin de ouder(s) helaas niet geslaagd is!

5) Communiceer veel met het kind en praat ook over onrealistische verwachtingen van het kind. Heb als ouder of leerkracht geduld en neem het kind serieus; hierdoor krijgt het kind bevestiging en meer zelfvertrouwen.

6) Leer het kind om bewuste keuzes te maken; laat hem dingen noemen en daaruit een keuze maken.

7) Stel concrete grenzen en hanteer bepaalde regels; teveel vrijheid of juist overbescherming zijn slecht voor het zelfvertrouwen van het kind; door deze grenzen leert het kind wat zijn capaciteiten zijn.

8) Het kind leert veel van voorbeelden en personen, die als rolmodel kunnen fungeren.

9) Geef gemeende en geen overdreven complimenten en laat kinderen niet winnen, omdat ze niet tegen verlies kunnen.

10) Sta achter het kind en neem het voor hem op - in geval van ruzie op school of in de buurt - zonder meer kiezen voor anderen is voor het kind erg pijnlijk.

11) Wees zelf zo nu en dan ‘een kind’; speel en lach mee, lach ook om jezelf en je stommiteiten; neem tijd voor het kind (kwaliteit is daarbij belangrijker dan kwantiteit).

12) Durf fouten of slechte buien toe te geven, zo creëer je zelf openingen voor communicatie en fungeer je als voorbeeld.

13) Ook al beschik je zelf over weinig zelfvertrouwen en een negatieve zelfwaardering, toch ben je prima in staat om het zelfvertrouwen van het kind te vergroten.

14) Laat het kind niet omgaan met personen die het kind een slecht gevoel over zichzelf geven en spreek deze personen er op aan.

15) Geloof in het kind en geef het op momenten veel vrijheid; dat is dikwijls het mooiste cadeau voor het kind; verveling of dagdromen zijn noodzakelijk voor de ontwikkeling van het kind.

16) Wees niet constant met het kind bezig en neem hem vooral geen activiteiten uit handen; teveel helpen is slecht voor het zelfvertrouwen van het kind.

17) Ga als ouder, leerkracht of begeleider meer als coach te werk en probeer het beste in het kind naar boven te halen; werk daarom meer met keuzes (opties) dan alleen met instructies en één enkele oplossing.

18) Geef het kind structuur, dat wil zeggen laat het voor het kind en jezelf duidelijk zijn wat concreet en realistisch van het kind verwacht wordt en welk gedrag wel of niet getolereerd wordt; geef bij taken ook aan welke periodes en einddata hiervoor staan.

19) Een kind heeft vaak de neiging om zichzelf bij bepaalde taken te overschatten (zie anecdote aan het begin), verdeel deze taken dan als het ware in ‘hapklare en haalbare brokken’, die het kind gemakkelijker aankan. Te lage doelen zullen aan de andere kant het kind niet uitdagen en stimuleren.

20) Beloon het kind voor het uitvoeren van taken en het nakomen van afspraken (wel in verhouding met de taak).

21) Stimuleer het kind om een actieve rol in te nemen bij het aangaan van bepaalde taken.

22) Houd er rekening mee dat het kind bepaalde activiteiten alleen tijdens een meer geschikte en latere periode in zijn ontwikkeling aan kan (dus alles op zijn tijd).

23) Ga samen met het kind na waarom - bij mislukking - een bepaalde taak niet is gelukt en wat hierbij wel geleerd is en stel daarna met hem weer nieuwe doelen vast; houd er rekening mee dat bijvoorbeeld lage rapportcijfers de oorzaak of het gevolg kunnen zijn van een gebrek aan zelfvertrouwen!

24) Last but not least: laat het kind een boekje over zichzelf maken met foto’s, tekeningen en dergelijke. Dit ‘Boekje open doen over jezelf’ vergroot het zelfvertrouwen en het zelfbewustzijn en biedt tevens mogelijkheden tot aanknopingspunten in het gesprek met het kind. Versterk als ouder of leerkracht de positieve gevoelens, die het kind over zichzelf heeft; dit vergroot zijn zelfvertrouwen.


  Periodes en taken
  Ontwikkeling
  De rol van de omgeving
  Basisbehoeften
  Rechten van het Kind



www.confidence.nl